

Het campingterrein is zoveel mogelijk in z’n natuurlijke vorm gelaten, waardoor het een 'ruig' karakter heeft. Dit moet wel onder controle gehouden worden en daarom zijn helpende handen op de camping altijd welkom.
Het altijd aanwezige werk bestaat ondermeer uit het maaien van de terrassen (met de trekker of de bosmaaier), het kappen en snoeien van bomen en verwerken tot openhaard-hout, het aanleggen dan wel onderhouden van terrasmuren, paden en wegen, het maken van trapjes, afijn teveel om op te noemen.
Daarnaast zijn er de vaste seizoenklussen, zoals werken in de moestuin, fruit plukken, helpen met de olijfoogst en het rapen van de pijnboomappels.
Na gedane arbeid is het tijd voor ontspanning, zoals met z'n allen rond het kampvuur zitten en genieten van een glas wijn.